Afname van tijdelijke werkloosheid in mei: meer afname in volume, minder in personen

Dynam Corona Flash 4

In de coronacrisis is een stelsel van tijdelijke arbeidsduurvermindering, zoals tijdelijke werkloosheid, de onvolprezen buffer om het ontslag van werknemers te vermijden. De Belgische overheid en de RVA reageerden zeer snel door een voor alle bedrijven toegankelijk stelsel ‘wegens corona-overmacht’ in te voeren. Op de piek van de crisis, in april, kwamen met 1 139 272 werknemers meer dan een kwart van alle werknemers volledig of gedeeltelijk terecht in het systeem.

Tabel 1 Flash 4

Maart was de maand waarin we allen wakker werden met de nieuwe realiteit van het virus, en ook met de tijdelijke werkloosheid wegens corona-overmacht. April was de maand waarin het aantal werknemers op tijdelijke werkloosheid een hoogtepunt bereikte. Met de bijna volledige cijfers voor mei blijkt nu dat de piek van het gebruik van het stelsel effectief achter de rug is. Ook al zijn de data voor mei nog niet helemaal volledig, toch zien we al een (lichte) daling van het aantal werknemers op tijdelijke werkloosheid naar 825 546, mogelijk nog aan te groeien tot rond 900 000. In personen weergegeven blijft dit nog uitzonderlijk hoog.

De omvang van het aantal tijdelijk werklozen (in arbeidsplaatsen) in verhouding tot het totale aantal werknemers was de beste maatstaf in de beginmaanden van de crisis, in totaal en per sector[1]. Om de bewegingen in het gebruik van het stelsel te monitoren is de maatstaf van het volume een betere maatstaf. Hier ligt de focus op de evolutie in het aantal dagen tijdelijke werkloosheid per maand, in vergelijking met de evolutie in personen (geteld volgens arbeidsplaatsen). Een belangrijke reden waarom de telling van het aantal dagen relevanter is dan het aantal personen, is omdat de telling van personen direct voor de volledige maand geldt. Een persoon wordt hierbij geteld als tijdelijk werkloosheid voor de hele maand, ook al was die persoon enkel de eerste dag van de maand tijdelijke werkloos en sindsdien weer volledig aan de slag. Op basis van deze maatstaf wordt in de telling de heropleving tijdens de maand gemist. 

Een telling in volume houdt wel rekening met de mate waarin een werknemer nog (deels) op tijdelijke werkloosheid zit dan weer (deels) aan de slag is. Dit is essentieel omdat ondernemingen die hun activiteiten nog niet voor 100% terug hebben kunnen opstarten, vaak een roterend systeem van werkhervatting toepassen. Hierbij worden de aanwezige werknemers in de onderneming roterend gedurende een beperkt aantal dagen op tijdelijke werkloosheid gezet. Vanuit deze focus op het volume tijdelijke werkloosheid blijkt een beduidend sterkere terugval in mei (-50% t.o.v. april) dan voor de terugval in arbeidsplaatsen (-28%). Deze daling geeft een eerste indicatie van de geleidelijke heropstart en het opnieuw aantrekken van de economie.

De geleidelijke opening van sectoren vanaf mei

Vanaf de maand mei begon de geleidelijke afbouw van de strenge veiligheidsmaatregelen (fase 1A, 1B en 2). Hierdoor konden ook ondernemingen in de niet-essentiële sectoren (indien aan de social distancing maatregelen voldaan) hun activiteiten opnieuw hernemen. Deze versoepeling had een merkbare invloed op het gebruik van tijdelijke werkloosheid. Hoewel het nog onvolledige gegevens betreft voor de maand mei, geven ze al een goede indicatie van de sectorale terugval van tijdelijke werkloosheid. We geven in tabel 2 de vijf sectoren met de grootste terugval in het gebruik van tijdelijke werkloosheid. We bekijken enkel sectoren waar tijdelijke werkloosheid op het hoogtepunt van de crisis voor minstens 1 op 5 van het personeel (loontrekkenden) werd toegepast[1].

Tabel 2 Flash 4 Klein

We zien de grootste terugval in volume in de bouw (nace 41-43) en de handel in motorvoertuigen (nace 45). Ook in heel wat industriële sectoren, zoals de autoassemblage (nace 29) of de machinevervaardiging (nace 28), is de terugval groot. Het betreft telkens sectoren die vanaf fase 1A (of later in mei) opnieuw aan de slag konden. Merk op dat de autoassemblage in april nog werd gekenmerkt als zwaarst getroffen sector. Tegelijk valt uit de cijfers op dat nog altijd een groot aandeel werknemers met tijdelijke werkloosheid blijft – zij het minder lang tijdens de maand. De productiecapaciteit wordt er onder andere nog gedrukt door het internationaal economisch klimaat. 

Tabel 3 Flash 4 Klein

Tabel 3 geeft de sectoren met de kleinste terugval in het gebruik van tijdelijke werkloosheid. We bekijken opnieuw enkel die sectoren met minstens een vijfde van het loontrekkende personeel op tijdelijke werkloosheid tijdens de maand april. Merk op (rechterkolom van tabel 3) dat in elke sector op de Belgische arbeidsmarkt wel degelijk een daling wordt gerapporteerd in het volume tijdelijke werkloosheid van april naar mei[2].

Ondanks de daling blijft het herstel in enkele sectoren nog heel beperkt. Het betreft vooral sectoren die pas in juni opnieuw hun activiteiten konden opstarten. Belangrijke voorbeelden zijn de reisbureaus en reisorganisatoren (nace 79), de luchtvaart (nace 51) en de sector van de sport, ontspanning en recreatie (nace 93). Ook de horeca belandt in de top 5. In juni wordt door de afbouw van de maatregelen ook hier een terugval van het aantal dagen tijdelijke werkloosheid verwacht. Al zal, onder andere door de reisbeperkingen en het verbod op grote evenementen, het stelsel nog meerdere maanden in voege blijven. Het goede nieuws zal er pas komen als er minder beroep op tijdelijke werkloosheid wordt gedaan, tenminste als deze personen terug aan de slag kunnen en niet volledig werkloos worden. 

[1] Zie: Hotspots van tijdelijke werkloosheid, hotspots van arbeidsmarktdynamiek? Dynam paper 2020/1

[2] Eens alle betalingsgegevens voor de maand mei verwerkt zijn, wordt verwacht dat de cijfers voor mei zullen stabiliseren op +8%. Zelfs in dat geval blijkt een daling van het volume tijdelijke werkloosheid in elke sector.

Contact

  • Professor Ludo Struyven, Tine Vandekerkhove, dr. Tim Goesaert, Onderzoeksgroep Onderwijs en Arbeidsmarkt (HIVA - KU Leuven)
  • e-mail: ludo.struyven@kuleuven.be 
  • tel: 016 32 33 41, gsm: 0485 16 08 86

Meer nieuwe cijfers, trends en duiding op www.dynamstat.be

Met dank aan RSZ, RVA, KSZ, BISA, Departement WSE, IWEPS