Niet minder werk, wel te weinig werkkrachten in de land- en tuinbouw

Dynam Corona Flash 2

Niet het weer, maar het Covid-19 virus dreigt de fruit- en groenteteelt te dwarsbomen. De sector maakt zich zorgen over het niet kunnen inschakelen van ‘just in time’ seizoenarbeiders. De oogsten zijn groot, maar door de reisbeperkingen zijn er te weinig werkkrachten om deze te verwerken. Daardoor ligt het aantal ontvangen vacatures in deze sector in april 2020, volgens het vacaturebericht van de VDAB, al 128% hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. Ter vergelijking: alle andere sectoren hadden in april 2020 minder vacatures dan in april 2019. De impact van de crisis pakt in de land- en tuinbouw dan ook anders uit dan in de meeste andere sectoren op de Belgische arbeidsmarkt: er is geen vermindering van het werk, maar net een urgent tekort aan arbeidskrachten. 

Inuittot En Taart Naar Nationaliteit A

Zoals de Dynam-trendcijfers ons leren, kent de land- en tuinbouwsector jaar na jaar grote volumes van in- en uitstromende werknemers in verhouding tot de omvang van de sector. De seizoenschommelingen, mede veroorzaakt door het wisselvallige karakter van de jaarlijkse opbrengsten van landbouwteelten, worden vooral opgevangen met flinke contingenten seizoenarbeiders, die nu stokken door de lockdown en het sluiten van de grenzen. In normale tijden heeft dan ook amper de helft van de instroom in deze sector de Belgische nationaliteit. Daarnaast heeft 32 % een andere EU28-nationaliteit (zie taartdiagram). Heel wat seizoenarbeiders komen van ver over de grenzen om hier in de landbouw aan de slag te gaan.

Op basis van het totale aantal loontrekkenden, weergegeven door de bovenste lijn in de figuur, is de land- en tuinbouw een groeisector zonder veel schokken. In de periode 2017-2018 waren gemiddeld 27 529 loontrekkenden actief in de sector (inclusief een groot aantal seizoenarbeiders), 97% hiervan was tewerkgesteld in de plantaardige of dierlijke productie. Naast de loontrekkenden is er een nog grotere groep van 34 400 zelfstandigen, die seizoenarbeiders en andere arbeidskrachten tewerkstellen.

Het gaat om zeer kortdurige jobs: gemiddeld blijven 4 op de 10 nieuw aangeworven werknemers maximaal één kwartaal in dienst bij de werkgever. In de land- en tuinbouw zijn 38 % van alle aangeworven werknemers laaggeschoold, waarmee deze sector de kroon spant. Het aandeel jongeren is 19 %, in vergelijking met andere sectoren eerder laag. Ook bij de aanwervingen, net zoals bij de totale tewerkstelling, komt het hoge aandeel van werknemers met vreemde origine terug: met 41 % nieuw aangeworven werknemers is dit het hoogste aandeel van alle sectoren. Het typerend patroon in de land- en tuinbouw is dat van circulaire migratie of seizoensmigratie.

De arbeidstekorten in de sector land- en tuinbouw lopen in de maand mei hoog op. Seizoenarbeiders besloten naar hun land terug te keren of niet meer naar België af te zakken. De Boerenbond schat de nood aan extra werkkrachten op 20 000 tot 25 000 personen, een enorm aantal in vergelijking met de totale tewerkstelling in de sector.

Om aan deze nood tegemoet te komen, zijn door de overheid een aantal maatregelen genomen. Elke seizoenwerknemer krijgt een dubbele plukkaart van 130 dagen (voor fruitpluk 200 dagen) en tijdelijke contracten kunnen soepeler op elkaar volgen. Asielzoekers die hier nog geen 4 maanden waren, kunnen versneld aan het werk in de land- en tuinbouwbedrijven. Ook voor bruggepensioneerden, werkenden met tijdskrediet en studenten zijn extra stimulansen gecreëerd. Opvallend is dat tijdelijk werklozen uit andere sectoren aan de slag kunnen als seizoenarbeider, mét behoud van 75 % van hun uitkering. Als op die manier nog maar 4% van de momenteel tijdelijk werklozen wordt aangemoedigd aan de slag te gaan in de land- en tuinbouw, gaat dit reeds over een 40 000 extra werkkrachten, zo rekende de Boerenbond voor. Maar het aantal kandidaten is medio mei nog zeer beperkt.

Er zullen nog veel seizoenarbeiders nodig zijn de volgende weken en maanden.  Intussen worden alweer chartervluchten ingevlogen met seizoenarbeiders. Het lijkt erop dat voor het jaar 2020 het instroomprofiel in de landbouw er anders zal uitzien, met een grotere Belgische instroom dan gewoonlijk. Of ook de komende jaren het patroon van seizoensmigratie zal wijzigen is nog maar de vraag.

Contact

  • Professor Ludo Struyven, Tine Vandekerkhove, dr. Tim Goesaert, Onderzoeksgroep Onderwijs en Arbeidsmarkt (HIVA - KU Leuven)
  • e-mail: ludo.struyven@kuleuven.be 
  • tel: 016 32 33 41, gsm: 0485 16 08 86

Meer nieuwe cijfers, trends en duiding op www.dynamstat.be

Met dank aan RSZ, KSZ, BISA, Departement WSE, IWEPS